The void in between - solotentoonstelling 2011, 7/10/2011

Laat me beginnen met een bekentenis: het is toch
enigszins zenuwachtig dat ik hier voor u sta. Een tentoonstelling inleiden is
immers altijd een delicate oefening, waarbij de inleider – ik dus- op zoek maat
gaan naar het evenwicht tussen informatie geven en interpretatievrijheid laten.
Aan de ene kant dus uw verlangen om nieuwsgierig
gemaakt te worden naar wat u straks zal te zien krijgen. U wilt al een tipje
van de sluier gelicht zien en meer informatie krijgen over de kunstwerken. Over
de kunstenaar en de redenen waarom hij maakt wat hij maakt. Over zijn
inspiratiebronnen en zijn dada’s. Kortom, u wilt geprikkeld worden. U wilt
goesting krijgen in de tentoonstelling. Terecht.
Aan de andere kant wilt u uw eigen mening kunnen
vormen over de werken. Zelf kunnen nadenken over wat de kunstenaar misschien
kan bedoeld hebben. Zelf motieven en verhalen in de werken herkennen. Zelf een
betekenis geven aan het werk en erdoor geraakt worden. Zonder dat u daarbij te
veel beïnvloed of afgeleid wordt door mijn interpretatie van het werk. En, dat
is evenzeer terecht.
Gelukkig, dames en heren, en dat zal iedereen die
vertrouwd is met het werk van Geert beamen, vergemakkelijkt hij mijn taak om
jullie nieuwsgierigheid te wekken zonder al te veel prijs te moeten geven. Zijn
werken laten zich immers niet vangen in één verklaring, in één paradigma of in
één waarheid. Ik denk dat deze kwaliteit grotendeels te maken heeft met het
onderwerp van zijn kunst. Het is een onderwerp dat we allemaal zeer goed
kennen. Een onderwerp of thema dat ons tegelijk zo vertrouwd, maar ook zo
vreemd is. Het is een thema dat ons oneindig fascineert en nieuwsgierig maakt.
Zijn thema is de mens. Het gaat over u en ik. Het
gaat over ons. Maar toch ook niet. Het gaat over hoe we met elkaar omgaan, over
onze interacties. Maar tegelijk zoomt zijn werk ook in op de afstand tussen de
mensen, op hoe we erin slagen ‘zo vreselijk’ naast elkaar te leven. In
isolement bijna. Elk in onze eigen film, waar in we allemaal de hoofdrol
spelen. De titel van zijn nieuwe monografie “the void in between” – de ijlte
tussenin- verwijst hier ook uitdrukkelijk naar. Even terzijde: deze monografie
wordt hier vandaag ook gepresenteerd en geeft een overzicht van zijn werk van
de laatste vijf jaar.
Ondanks – of misschien net dankzij de centrale
plaats die de mens en zijn interacties krijgt in zijn werken- zijn ze niet
opdringerig. Zijn kunstwerken hebben geduld. Ze duwen ons niet in een bepaald
denkframe. En dat heeft dan weer alles te maken met de stijl van Geert. Hij
observeert van op een afstand, zonder afstandelijk te zijn. Hij kijkt met
affectie, zonder te dwepen, zonder te oordelen ook. Dat laat hij aan u over.
Dames en heren, misschien heb ik nu al te veel
prijsgegeven. Te veel mijn eigen mening geventileerd, naar uw mening. Maar
zoals ik al zei: de werken van Geert laten zich niet vastpinnen door één
interpretatie of verklaring. Er is niet één waarheid, als het over zijn kunst
gaat. Zijn werk is zo rijk, zo gelaagd, zo betekenisvol dat het zich op
verschillende manieren laat bekijken en lezen. Steeds opnieuw.
Ik nodig u uit om op ontdekkingstocht te gaan. Laat
u meeslepen door de werken van Geert. Laat u op sleeptouw nemen door zijn
figuren. Door de krachtige eenvoud van het lijnenspel, en door de expressie die
uitgaat van het hypnotiserende, transparante kleurgebruik. Neem voor al ook uw
tijd. Wees traag bij het kijken naar zijn werk. Heb geduld. Ik ben alvast
benieuwd naar het effect dat zijn werken op u zal hebben.
Nele Descheemaeker kunsthistorica
Kunstcriticus Hugo Brutin schrijft in AAA, 2/10/2000
Hoewel hij zijn sierlijk en gevat tekenen niet helemaal heeft laten varen, toch gaat de voornaamste aandacht van Geert DEVOS op dit ogenblik naar het schilderen. Nog steeds is zijn thematiek die van de menselijke gestalte, maar een concrete referentie is weggedeind in die zin dat de kunstenaar thans een meer vergeestelijkt beeld van het menselijke wezen weergeeft in die mate zelfs dat in zijn recente doeken neus, ogen en mond tekens zijn in een gevoelig picturaal veld van grijs en Engels rood, van kobaltblauw en wit en de kijker eigenlijk op de eerste plaats gegrepen wordt door de schilderkunstige uitstraling en pas later door de verwijzing naar een gelaat.
Kunst en kunnen - Karaat, 12/06/1998
Het woord kunst is nauw verbonden met het "werkwoord" kunnen. Het duidt de potentie van het creatieve. Maar het "kunnen", de handigheid of het vakmanschap hebben nood aan diepte. Ze moeten worden gedragen, gevoed, en doorbloed door visie en persoonlijkheid. Deze omschrijving van het begrip kunst wordt op boeiende wijze ingevuld door Belgisch talent : Geert Devos.
Het werk van Geert Devos wordt gedragen door zijn fascinatie voor de mens. De personages die zijn schilderijen bevolken zijn meestal introvert en door het leven getekend. Zij overstijgen op plastische wijze het puur verhalende, het anekdotische van het individu om zich op verstilde wijze in te passen in de materie en het koloriet van dit oeuvre. Vooral het recente werk is eerder meditatief en gevat in een beeldtaal die uit een innerlijke drang ontstaat. Zijn werk is het resultaat van een wordingsproces. Uit lijnen en vlakken worden figuren geboren die nieuwe vormen tot leven roepen en zo het vage idee, de gevoelssfeer transformeren tot compositie zonder vast te hangen aan een vooraf bepaald eindbeeld. Het gevoel dwingt het schilderkunstige van het individuele naar het universele in de mens.
Odo Vanmeenen
Kunstcriticus Hugo Brutin, 2/12/1997
Het menselijk wezen boeit hem en steeds opnieuw beeldt hij het uit, veelal als een ingekeerde gestalte, als een introvert of als een aangezicht vol raadsel. De personages overstijgen bewust het verhalende, het anekdotische van het individu. Zij worden opgenomen in een totaalbeeld dat op de eerste plaats plastische en picturaal wil zijn en dat ook is (…)
Het zijn uitgepuurde wezens die naast elkaar leven, niet met elkaar communiceren, vormelijk ontdaan zijn van alles wat ze individualiseert en die leven in tinten van kleur en grijs.
Uit cataloog Expo Gent, 2/12/1994
Het steeds terugkerend thema is HET MENSELIJK FIGUUR in al zijn facetten :
Zonder een duidelijk voorafbepaald eindbeeld voor ogen wordt vertrokken vanuit een "vage" idee of gevoelssfeer waaruit dan figuren ontstaan. Die figuren roepen dan weer andere figuren of lijnen of kleurvormen op, die op die manier een compositie doen ontstaan.
Het bekomen werk is aldus het eindresultaat van een zich voortdurend aanpassend wordingsproces.
De werken krijgen geen titel aangezien niet een "welbepaald" gevoel of situatie wordt weergegeven maar een "gevoelssfeer" waarbij de toeschouwer zelf zijn eigen interpretatie kan invullen.